Stiptheid van bussen – een voorbeeld uit Aachen

april 27, 2009 by zahlenpeter

Nadat ik regelmatig bepaalde routes per bus en trein te reizen hadde, moest ik de ene of andere vertraging meemaken. Door mijn statistische achtergrond kwam ik op de idee deze vertragingen te noteren en te analyseren hoe stipt de vervoermiddelen echt zijn. Na lange tijd heb ik midden januari weer ermee begonnen en wil nu een indruk geven van wat men eruit concluderen kan.

Als voorbeeld heb ik voor de bushalte “Kuckelkorn” in Aachen gekozen, die bij mij in de buurt ligt. Daar heb ik ’s avonds voor 6 bussen genoteerd waneer deze vertrokken zijn. Daarbij handelt het om de volgende lijnen van de AVV:

  1. Bus 35 richting Breinig Entengasse in Stolberg (binnenwaarts). Vertrek: 18.26 uur.
  2. Bus 55 richting Vaalserquartier (buitenwaarts). Vertrek: 18.28 uur.
  3. Bus 3A richting Uniklinik (binnenwaarts). Vertrek: 18.28 uur.
  4. Bus 3B richting Uniklinik (buitenwaarts). Vertrek: 18.28 uur.
  5. Bus 45 richting Aachen-Brand (binnenwaarts). Vertrek: 18.36 uur.
  6. Bus 45 richting Uniklinik (buitenwaarts). Vertrek: 18.36 uur.

Met de metingen heb ik op 14 januari begonnen. Deze zijn voor het eerst tot 24 april gegaan, zo dat – carnavalsmaandag en Pasen uitgezonderd – 72 werkdagen ter beschikking bereid stonden. Op 20 maart konde ik niet ter plekke staan en dus op 71 dagen meten. Erbij kwamen een gebrekende waarde voor bus 35 op 14 januari alsmede voor bus 3A op 28 januari.

Voor het eerst staan hier enkele maten voor het overzicht. Aangezien dat er enkele grote vertragingen gewezen zijn, zullen robuste maten nuttig zijn. Dus heb voor de volgende maten gekozen:

  • De mediaan: Als men de waarden volgens hun grotte verzamelt, is de mediaan de waarde, die in de midden ligt: Dus is die bijna ongevoelig tegen extreme waarden.
  • Het eerste en het derde kwartiel: De kwartielen zijn de waarden die de gegevens in vier gelijk grote groepen opdelen. Het eerste kwartiel (Q1) zit tussen de onderste 25% en de bovenste 75% van de waarden. Het derde kwartiel zit tussen de onderste 75% en de bovenste 25% van de waarden.
  • De interkwartielafstand (IKA): De IKA is het verschil tussen het eerste en het derde kwartiel, dus Q3-Q1. Deze is bedoeld als maat van spreiding en de breedte van het interval, waar de helft van de waarden zit.
Vertragingen aan de bushalte “Kuckelkorn” in Aachen
Bus 35 55 3A 3B 45 45
Vertrek 18.26 uur 18.28 uur 18.28 uur 18.28 uur 18.36 uur 18.36 uur
1e kwartiel -0:28,0 1:52,0 0:28,0 0:12,0 -1:09,0 0:29,0
Mediaan -0:13,5 4:56,0 0:36,0 1:00,0 0:03,0 1:12,0
3e kwartiel 1:04,3 7:27,0 1:54,0 3:28,0 0:50,0 2:46,0
IKA 1:32,3 5:35,0 1:26,0 3:16,0 1:59,0 2:17,0

(alle gegevens in minuten en seconden)
(Voorbeeld: De vertragingen van bus 55 hadden tussen 14 januari en 24 april een mediaan van 4 minuten en 56 seconden.)

Tussen de onderzoekte bussen valt de lijn 55 op die van de Belgische grens bij Aachen-Lichtenbusch via Kornelimünster en vervolgens door de binnenstad komt en duidelijk later dan de andere bussen vertrekt. Ook de spreiding van de vertrektijden is groter dan bij de andere lijnen.

Anders lijken de bussen vanuit de binnenstadt iets later te vertrekken wat eraan liggen mag dat deze langer onderweg zijn. Maar om dit te bewijzen dienen meer lijnen bekeken te worden.

Om de vertragingen nauwkeuriger analyseren te kunnen is een beschouwing van de ritten over de tijd nodig. Bij de bovenstaande maten wordt verondersteld dat de omstandigheden, die voor de stiptheid verantwoordelijk zijn, in de maanden gelijk gebleven zijn. Daarbij kunnen weer, vakanties en zo meer een invloed hebben. Bovendien kan men op die manier ontdekken of enkele bussen relatief laat (of stipt!) gewezen zijn. Dit wijst op bijzodere oorzaken oft. gebeurtenissen welke men natrekken moet.

Een eventuële voordeel, als men de vertragingen noteerd, is dat ee bus algemeen stipt te zijn lijkt. Op de andere kant heb ik al latere lijnen ervaren. Toen ik in Baesweiler werkte, kwam de bus 51 uit Aachen op die ik an de endhalte te wachten hadde steeds aanzienlijk te laat.

Trouwens heb ik met de Deutsche Bahn meer beleeft. Zo kwam elke vierde trein van Bremen naar Keulen, met die ik zondags naar huis reisde en die om 20.48 uur aankomen zou, om de herfst heen meer dan 45 minuten te laat aan, zodat ik de aansluitende trein naar Aachen miste.

Statistiek surreëel

januari 16, 2009 by zahlenpeter

Op de webite van het Wadsworth Atheneum, het oudste openbaar kunstmuseum ven de Verenigde Staaten, zit een applicatie met de naam SurrealPainter, met welke de bezoeker uit een reeks van achtergronden en objecten een surreël beeld maken kan. Met deze applicatie, die deel van een reclamecampagne gewezen is, heb ik over het onderwerp statistiek een beeld gemaakt:

Statistik

Statistiek surreëel

http://www.wadsworthatheneum.org/painter/galleryView.php?paintingID=10393

Spel eens in het bedrijf Taboe

januari 6, 2009 by zahlenpeter

In het jaar 1989 heeft de firma Hasbro het bordspel Taboe op de markt gebracht. Als bekend moet een speler een begrip zo omschrijven dat deze door zijn team geraden worden kan. Dit is op zichzelf niet zo moeilijk, de faliekant bij Taboe is echter dat de vijf meest kennelijke begrepen niet gebruikt worden kunnen, dus “taboe” zijn.

Deze principe kan men soms op het vinden van ideeën overdragen, zoals bijv. een groep maatregelen voor de verbetering van het bedrijf te ontwikkelen heeft. Als men de meest kennelijke begrepen bewust weglaat, richt zich de oog op bereiken waarmee anders niet rekening gehouden wordt omdat die in het dagelijkse bedrijfsleven weiniger prioriteit verkregen.

Een verdere aspect is dat bij niet zo kennelijke bereiken hun betekenis voor het bedrijf en de klant eveneens niet zo kennelijk is. Op de ene kant ligt dat eraan dat op deze bereiken niet zo opgelet wordt. Op de andere kant definieert zich het bedrijf over de zichtbare dingen zoals bijv. arbeidstijd of zijn hoofdproduct of -dienst. Dit kan ertoe leiden dat deze definieerbare bereiken ten nadele van de kwaliteit geoptimeerd worden, wat volgens W. Edwards Deming een ernstige fout is. Omdat men bij tot dusver niet bekeken bereiken eerst over hun betekenis voor het bedrijf en de klant nagedacht worden moet heeft men een goede gelegenheid om het bewustzijn voor een systeem te ontwikkelen. Deze bewustzijn laat zich dan op de overige prioriteiten overdragen.

Met deze voorstel zou niet beweert worden dat men in toekomt op de belangrijke dingen in het bedrijf niet letten zou. Echter zou het nuttig zijn als men af en toe ook op die als minder belangrijk beschouwde dingen let. Aangezien dat dit normaal niet gebeurt, is een bewuste benadering noodzakelijk.

Hoe met twifelaars omgaan?

december 29, 2008 by zahlenpeter

Voor de vooruitgang is het belangrijk dat ideeën ingebracht en omgezet worden kunnen. Bij het inbrengen van een idee kunnen op die moment geuitte twijfels ertoe leiden dat de idee niet verder nagevolgt wordt. Een reden ervor is dat mensen zich vaak een bepaald werkwijze aangewend hebben en deze niet veranderen willen. Niet voor niets luidt een van de meest gebruikte gezegten in een Duitse bedrijf: “Das haben wir schon immer so gemacht! (nl. “Dit hebben wij steeds zo gemaakt!)

Op de andere kant kan het gebeuren dat ideen zonder rekening met verliezen te hoeden doorgezet worden en mensen, die argumenten tegen deze ideeën aanvoeren, als twijfelaars en rustverstoorders afgedaan worden. In beide gevallen worden belangrijke gelegenheiden voor verbeteringen gemist.

De Japanse kwaliteitsdeskundige Shigeo Shingo heeft over deze probleem al eerder gedachten gemaakt en oplossingen ervoor in een boek gepubliceerd, welke in de oorspronkelijke Japanse versie al in 1958 op de markt was, maar pas sinds 2007 in een Engelse vertaling te hebben is. Hoofdstuk 5, uit welke de volgende lijst is, houdt zich met de realisatie van ideeën bezig.

Volgens Shigeo Shingo laten zich twijfels in volgende 10 categorieën indelen:

  1. Twijfels vanwege bijzondere gevallen: Het worden problemen geuit die normaal niet gebeuren zodat ze in waarheid weinig effecten hebben.
  2. Twijfels vanwege het zoeken naar de rozijnen oft. naar de haar in de soep: Het worden alleen de goede zijden van het status quo oft. alleen de slechte zijden van de idee geuit.
  3. Twijfels vanwege foute schalen: Het het potentiaal van een idee uitziet hangt van de gebruikte schaal oft. de gebruikte grootte af.
  4. Twijfels vanwege onvolleidige bewijzen: Details welke voor de beoordeling belangrijk zijn worden weggelaten.
  5. Twijfels vanwege foute context: Een uitspraak wordt op een manier overgelevert dat ze een andere betekenis als de oorspronkelijke verkrijgt.
  6. Twijfels vanwege het kip-of-ei-probleem: Een populaire diskussie gaat erover of de kip of het ei het eerst verschijnen is. Algemeen gezegt wordt erover diskuteerd of A door B veroorzakt wordt of omgekeerd waarbij er voor beide veronderstellingen argumenten zijn.
  7. Twijfels vanwege het kikkervis-probleem: Uit kikkervissen worden – zoals bekend – kikkers. Toch kunnen ze tijdens hun kikkervis-stadium niet met kikkers vergleken worden. Dus wordt een evolutie – zoals bij ideeën in het stadium van ontwikkeling – overzien.
  8. Twijfels vanwege schele blik: Het wordt toegekend dat men principieel voor verbeteringen is, maar de actuele idee wordt (meetsal vanwege een detail) principieel voor niet omzetbaar bekeken. Shigeo Shingo heeft dit als de meest populaire voor van twijfel genoemd.
  9. Twijfel vanwege omwenteling: Iets wordt vanuit een andere richting bekeken, zodat een andere zichtwijze en dus een andere waardering gebeurt.
  10. Twijfel vanwege uitwijken: Bij een idee wordt een probleem aangesproken welke tegen deze idee pleit. Als men een oplossing voor deze probleem vindt, wordt een ander probleem aangesproken.

Shigeo Shingo heeft in de waardering van ideeën tussen managers- en ingenieursinstinct onderscheiden. Terwijl de manager pas ideeën oppakt als voor deze een 100 % perfecte omzetting bestaat, probeert de ingenieur iede idee als de minste uitzicht op succes bestaat en maakt vervolgens als nodig verbeteringen. Dus zullen ideeën niet door twijfels voorgekomen worden.

Op de andere kant wordt bij een overdenking van de 10 categorieën duidelijk dat de geuitte twijfels meestal een teken ervoor zijn dat de bestaande kennis niet volleidig is. Men zou ook rekening ermee houden dat een problematisch details tijdens het omzetten van een idee niet tegen de idee pleit maar alleen tegen het detail. Als met het detail tijdens de omzetting van de idee rekening gehouden wordt, zou de uitzicht op succes stijgen. Vanwege deze reden heeft Shingo bevonden dat slechts 1 procent van de geuitte twijfels op incompetentie en kwaadwilligheid terug te voeren zijn. De overige 99 procent blijken suggesties te zijn.

Dus zou de beoordeling van ideeën en twijfels onder het aspect gebeuren dat verbeteringen überhaupt beproefd en zo goed als mogelijk omgezet worden. Twijfels en de mensen, die ze uitten, kunnen met deze principe in het werk geïntegreert worden.

Een theorie en de poging deze te bewijzen

november 27, 2008 by zahlenpeter

De theorie: De voormalige Nederlandse minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft eraan schuld dat het Nederlands voetbalelftal 2006 niet wereldkampioen geworden is.

Het bewijs:

  1. De van de Ivoorkust afkomstige voetballer Salomon Kalou wilde de Nederlandse nationaliteit verkrijgen om bij het WK 2006 in Duitsland spelen te kunnen.
  2. Voor de gewone inburgeringsprocedure is Kalou niet lang genoeg in Nederland gewezen.
  3. Een versnelde inburgering is in Nederland mogelijk als nationale interesses ervoor pleiten.
  4. Mevrouw Verdonk heeft deze niet gezien en weigerde de inburgering. Tegen een positieve beslissing van een rechtbank is zij in beroep gegaan.
  5. Na het zakken voor een inburgeringsexamen heeft kalou de Nederlandse nationaliteit niet verkregen en kwam vervolgens niet in het elftal.
  6. Tijdens het WK 2006 is Nederland in de achtste finale tegen Portugal afgevallen.

Dus is de boven geformuleerde theorie bewezen.

Toch?

Overleven alleen de sterksten?

november 26, 2008 by zahlenpeter

“Nur die Harten kommen in den Garten.” – Duitse slogan.

Een belangrijk onderwerp onder de werkgevers is de stressbestendigheid van de werknemers. Volgens een enquête van de Institut der deutschen Wirtschaft Köln onder 763 bedrijven over de sleutelkwalificaties van sollicitanten voor stageplaatsen hebben in de commerciële sector 83 % van de ondervraagden aan het criterium “stressbestendigheid” een zeer een zeer belangrijke betekenis toegewezen. In de technische sector is dit voor 94 % een zeer belangrijke eigenschap gewezen. Ermee gaat een 100-procents nadruk op het belang van “beroepsinstelling” in beide sectoren voort alsmede op criteria als “wil voor prestatie” (100 resp. 99 % achten dit voor “zeer belangrijk”), “betrouwbarheid” (97 % resp. 98 %) of “concentratievermogen” (respectievelijk 97 %). Vervolgens is een van dereden, welke volgens een andere enquête tot een scheiding van een bachelor leiden kunnen, gebrekende stressbestendigheid.

Dat een stressbestendige mens in een gegeven situatie meer presteren kan is een plausibel argument. Vanwege deze reden wordt in de Klinsmann-dynastie naast andere ideeën en omwentelingen ook het principe gepratikeerd dat minder ruime regeneratie dan doelgericht training de fondamenten van betere stressbestendigheid en herstel waarborgt. Dr. Tim Meyer, teamarts van de Mannschaft, heeft in een editoraal geschreven dat de kernspreuk van de “geoptimeerde regeneratie” een mediaal getransporteerde allgemeenheid is, welke wetenschappelijk omstreden is. In een artikel in de nieuwskrant “Hamburger Abendblatt” maakte hij zijn standpunt duidelijk:

“Regeneratie kan niet erin bestaan dat men niets doet, men moet ook traineren.”

Te dien einde worden de sporters wetenschappelijk geanalyseerd en individueel getraineerd. De verhoogte fitness-level beschermt als een bijeffect ook tegen blessures.

Een populaire theorie luidt dat men stress niet beklagen zou omdat dit een vorm van mopperen is welke als nieuwe Duitse ondeugd uitgemaakt wordt. Eruit wordt de conclusie getrokken dat men niets aan de bestaande stress anderen maar ermee leven zou. Een parallel ertoe zou het ignoreren van pijn zijn. Maar dit is een tweesnijdend zwaard. Terwijl men op de ene kant daardoor een ontziende houding vermijden of de volledige beweeglijkheid na een blessure herstellen kan (prestatieverhoging), bestaat op de andere kant de gevaar dat een blessure of een ander probleem zich zo verergerd dat een latere gebeurende schade veruit ernstiger uitvalt en – indien dan al – moeilijker op te heffen is. Dus komt de paradox voort dat men, om met problemen omgaan te kunnen, deze überhaupt eerst herkennen moet.

Als men een samenhang tussen stressbestendigheid en prestatie tot stand brengen wil, dan moet men ermee rekening houden dat stress een vorm van energieverbruik is. Nu kan men bij het kopen van een auto op een geringe brandstofverbruik achten. Deze voordeel wordt opgeheven als men zo door de omgeving scheurt dat onnodig benzine verspilt wordt. Op het beroepsleven overdragen betekent dit dat naast de stressbestendigheid van de werknemer ook de stress zelf zijn prestatie bepaald, en de stress wordt door de werkgever bepaald (zoals – voor een gedeelte – de stressbestendigheid). Een voorbeeld voor deze inzicht vindt men aan een lopende band van Toyota waar de werkers de gehele dag ermee bezig zijn in per minuut delen te monteren, en dit zonder fouten.

Wordt bij Toyota belang aan de stressbestendigheid van de werkers gehecht? Ja zeker.

Zij de werkers bij Toyota stressbestendiger oft. hebben zij een betere instelling oft. prestatiegerichtheid oft. betrouwbarheid oft. concentratievermogen? Dat kan.

Wordt deze prestatie bereikt doordat men alleen op de stressbestendigheid van de werkers enz. let? Nee!

De oplossing van het raadsel ligt erin dat een werker bij Toyota niet de gehele dag als Charlie Chaplin in “Modern Times” dezelfde bewegingen maakt maar alle twee uren een andere werk verricht welke andere bewegingen vereist. Op deze manier worden niet alleen eenzijdige belastingen van lichaam een geest vermeden maar de werkers worden tegelijkertijd metverschillende werkbereiken vertrouwd gemaakt. Daardoor verkrijgen ze de motivatie en de gelegenheid over hun baan na te denken. Deze beleid wordt met “de geest snel, het lichaam soepel houden” zeer mooi omschreven. De betrekking van de werkomgeving bij het optimeren van het prestatievermogen is een verheugende tegenontwerp tot het graag gepropageerde slogan van de “cultuur van inspanning”.

Alleen de sterksten overleven? Deze spreuk is zover juist maar wordt verder fout.

De postcodes in Nederland, België en de rest van de wereld

juli 15, 2008 by zahlenpeter

Uit de zoekwoorden die naar mijn Duitse blog leidten, bleek dat enige mensen op zoek naar postcodes in Nederland gewezen zijn. Vanuit deze reden heb ik enkele links genoemt welke bij het zoeken in Nederland helpen kunnen. Erbij kwamen links naar postcode in België en de rest van de wereld. Deze bijdrag bleek een grote succes te zijn (notitie: Iets zou succes hebben als er vraag ernaar is.).

Wie een overzicht over de postcodes van een bepaalde land krijgen wil, die kan naar het Duitse Wikipedia-artikel over postcodes gaan. Vandaar kan men naar merdere artikelen over internationale postcodereeksen komen. Wie daar de aparte versie van de landstaal gaat, zou een uitgebreidere omschrijving alsmede een lijst van postcodes vinden of is tenminste niet ver ervan.

In de Nederlandse Wikipedia kan men de lijst van postcodes in Nederland vinden. Wie voor een bepaalde adres in Nederland de postcode vinden wil of voor een postcode de overeenkomstige plaats, die kan bij Postcode.nl in het zoekformulier de plaats en de straat oft. de postcode (met of zonder letters – zonder letters worden alle ondergeschikte postcodes oggelevert) invoeren. Bij invoering van slechts de plaatsnaam wordt echter slechts in straatnamen gezoekt welke de ingevoerte naam bevatten. Bij TNT Post, de opvolger van het Nederlandse staatsbedrijf voor de post, wordt voor de zoekfunctie aldaar op iede geval het huisnummer alsmede, indien in te voeren, de volleidige postcode.

Voor België is er in Wikipedia eveneens een lijst van postcodes, zowel in het Nederlands als ook in het Frans. Via de website van de Belgische post is er eveneen een zoekmogelijkheid.

Wie een wereldwijde overzicht hebben wil, die kan bij de Belgische internetindex 2link.be in de internationale telefoongids nakijken. Daar zijn er voor de landen onder meer ook verdergaande links na de overeenkomstige postcodes (onder “postcodes”, “postal codes”, “postnummer” of dergelijks).

Overigens: Wie naar een Duitse postcode (”Postleitzahl”, afk. “PLZ”)oeken wil, die kan de zoekfunctie van de Deutsche Post raadplegen. Men heeft tenminste de eerste twee letters van de plaatsnaam (”Ort”) of de eerste twee van de fijf cijfers van de postcode (”PLZ”) in te voeren. Dan krijgt men een lijst van zoekresultaten die of naar de postcode of naar plaats- en straatnaam gerangschikt zijn. Via het “i”-symbool kan men nuttige informaties zoals nabij gelegene kantoren of brievenbussen krijgen.

Wijsheid van de voorouders

juni 30, 2008 by zahlenpeter

Uit een artikel over een besturingssysteem voor mainframes:

“Het algemene backupmechanisme wordt veeleer door het systeem dan door de individuele gebruiker voorzien, des te meer is de gebruiker niet in staat, om het overhead (of de zorg) om zich voor het onwaarschijnlijke geval van een ongeluk voor te bereiden, te rechtvaardigen. Dus heeft de individuele gebruiker een verzekering nodig, en dit is inderdaad wat ter beschikking gesteld wordt.”

Het in het artikel beschreven besturingssysteem was Multics, een voorloper van Unix. Het Artikel zelf dateerd van het jaar 1965! Men kan deze citaat beslist als een voorbeeld voor de stelling van W. Edwards Deming uitleggen, dat het systeem tegen 94 procent voor de prestatie verantwoordelijk is en de individuele gebruikers slechts tegen 6 procent. Bovendien kan men het backupmechanisme als een voorbeeld van Poka-yoke, de Japanse kunst van foutenvermijding, verklaren (voor deze kunst zijn er zeer gevarieerde toepassingsmogelijkheden).

Het moraal van het verhaal: Ook als de beschrevene techniek niet meer actueel is (of – tussen haakjes – niet bij het vakgebied van de lezer behoort), kunnen de bijbehorende principes heel wel leerrijk zijn.

Eerste stap van het verbeteringsproces binnen het kantoor: de koffie

juni 25, 2008 by zahlenpeter

Als een manager van de slogan kaizen en de ermee verbondene duidelijke productieverhogingen ervaart, zou hij het eventueel ook in zijn bedrijf proberen. Erbij dient zich de vraag in waar men het best met het verbeteren beginnen zou. Daar is mij de idee verschenen dat binnen een kantoor de eerste verbeteringsproces rond de koffie draaien mag.

Deze vorstel zou menige vreemd lijken. Ten slotte is het koffiezetapparaat binnen een kantoor algemeen een extra inrichting voor de medewerkers en eventuele klanten, maar behoort in de meest zeldenste gevallen bij het gemba van het bedrijf. De directe vertaling van gemba is wel “de plek waar waarheid te vinden is”, in het bedrijfsleven duidt men ermee die gedeelte van het bedrijf aan waar voor de klant direct iets van waarde geproduceerd wordt (in tegenstelling tot die plekken waar wel belangrijke werk voor het bedrijf gedaan wordt maar niets wat direct de klant betreft).

De reden voor het vorstel ligt erin dat bij kaizen een verhoging van de productiviteit daardoor bereikt wordt dat een omgeving gevormt wordt waar gemiddelde medewerkers goede prestaties en goede medewerkers uitstekende prestaties opleveren kunnen (en slechte medewerkers geen slechte prestaties opleveren kunnen). Dit gebeurt daardoor dat niet alleen de resultaten maar ook het proces, die naar de resultaten leidt, onderzoekt wordt en met een wetenschappelijke aanpak geinterpreteerd wordt. Daarbij worden indien mogelijk alle mensen betrokken, dus naast de medewerkers ook de “leveranciers” en de “klanten”. Doelstelling is dat het werkplek steeds productiever wordt en de medewerkers steeds verder het vermogen ontwikkelen, hun werkplek te verbeteren. Op aanhoudende vermaningen van de medewerkers wordt daarbij volgens punt 10 van de 14 punten van W. Edwards Deming niet gebouwt. Dit zou enige mensen verbazen die tot nu toe van de mening gewezen zijn dat de prestaties en problemen van een bedrijf alleen aan het karakter van de medewerkers toe te schrijven zijn. Vanwege deze reden klinkt het aanpak, dat op lange termijn alle betrokkenen winnen zullen, uitermate vreemd. Maar bij kaizen behoort ook dat de medewerkers ervan overtuigt worden dat het verbeteringsproces iets goeds voor ze betekent.

Bij de koffie in het kantoor zijn er merdere verbeteringsmogelijkheden. De smaak van de koffie is een duidelijke kenteken welke aan een verbetering onderworpen worden kan. Er zijn echter nog verdere mogelijkheden. Daar is op de ene kant de tijd die men voor de bereiding van de koffie bestedt. Efficiëntiejagers zien hier een punt voor actie omdat in hun ogen hier tijd verspilt wordt. De verspilling is bij kaizen ook een belangrijke onderwerp maar in het gewone geval groeit uit deze aanpak een suboptimering (in deze samenhang zou men vermelden dat een suboptimale resultaat gewoon als een synoniem voor een slechte resultaat omschreven wordt, maar streng genomen betekent een suboptimale resultaat een resultaat van een optimeringspoging welke het optimum niet bereikt). Een verdere beschouwingsmogelijkheid zijn de voorraden aan koffie: Hoeveel koffie zou men voorradig hebben daarmee men steeds koffie ter beschikking heeft, maar niet onnodig opslagruimte verspilt? Bij kaizen zijn er talrijke mogelijkheden, punten voor actie voor verbetering op te spoeren en passende methodes te ontwikkelen.

Zoals gezegt behoort bij kaizen naast de kwaliteitsverhoging ook de verspreiding van de bijbehorende methodes en het ermee verbondene nut. Vanwege deze reden wordt in een bijdrag van het blog “Gemba Panta Rei” aanbevolen dat een kaizen-team, welke een bepaalde proces verbeteren zou, voor een derde uit medewerkers van het proces zelf, voor een derde uit “klanten” oft. “leveranciers” en voor een derde uit mensen bestaan zou, die niets met het proces te doen hebben. Naast de mogelijkheid dat deze externe medewerkers nieuwe visies in het verbeteringsproces inbrengen kunnen, wordt op deze manier het kaizen-principe verder verspreidt. Bij de koffie zou deze scheiding moeilijk zijn, maar de methodes en het nut van kaizen kunnen theoretisch over meerdere afdelingen verspreidt worden.

Wie tegenwerpt dat de verbetering van de koffie, als het dan al gebeurt, slechts een onbelangrijk invloed op de balans heeft en men zich lever naar andere problemen met grotere winstmogelijkheden keren zou, heeft die op de eerste punt ongetwijfeld gelijk. Waar kaizen gepractiserd wordt zijn de resultaten ook op geen geval zonder belang. Maar men is zich daar ook bewust dat vele kleine verbeteringen een bedrijf evenzo verder brengen en dat deze verbeteringen dezelfde ondersteuning verdienen als die van de spectaculaire soort. Masaaki Imai berichte in zijn bestseller over kaizen van de serveersters van de werkskantine van een Matsuhita-fabriek welke de gouden madaille van het jaar ontvangen hebben. Hun verdienste: Ze onderzoekten het gemiddelde theeverbruik aan de tafels voor het middageten en zijn in staat gewezen, door een op de aparte tafels toegepaste theeuitdeling het verbruik om de helft te verminderen (men neme nota van de parallel met de koffie).

Ten slotte is een belangrijke probleem bij verbeteringsprocessen dat de medewerkers ongaarne hun werk reorganiseren willen. Als bij het begin van een algemene verbetering aan de koffie gedemonstrerd wordt dat de maatregelen een nut voor alle betrokkenen brengen omdat niet alleen de resultaten beter worden, maar ook door vebeterde productiviteit en het ermee verbondene weten ook het werkplek eenvoudiger wordt, ervaren de medewerkers het nut van kaizen. Als ze dan bijkomend nog ervaren dat erbij niet in hun werk ingegrepen wordt, maar ze bij het verbeteringsproces actief mewerken kunnen en dit van de bedrijfsleiding ondersteunt wordt, dan zou de bereidheid, kaizen uit te oefenen, aanzienlijk stijgen.

  • Coffee Review: Website met talrijke recensies van koffiesoorten en andere belangrijke informaties over het gevragte hete drankje.
  • Coffee Cup Kanban: Bericht over de toepassing van het kanban-systeem bij de bestelling van een beker koffie in een koffiebar.

Welke voetbalploeg heeft een thuisvoordeel?

juni 17, 2008 by zahlenpeter

Het is een feit dat voetbal- en andere sportploegen op hun eigen plaats algemeen succesvoller zijn dan buiten. Dit leidt tot de vraag of er tussen de ploegen verschillen in het thuisvoordeel zijn en waardoor eventuële verschillen totstand komen. Door statistische analyse kan men in deze vraag verder komen.

Stephen R. Clarke und John M. Norman hebben in een artikel voor het Britse tijdschrift “The Statistician” van de Royal Statistical Society een methode voor de bepaling van het thuisvoordeel van een voetbalploeg vanuit de divisieresultaten geïntroduceerd en deze op de plogen van de 4 Engelse divisies van betaald voetbal toegepast. Voor de berekening worden slechts de eindstanden van een divisie met thuis- en uitklassementen benodigd. De formules worden uit de veronderstelling ontwikkeld dat het resultaat van een wedstrijd (in dit geval het doelsaldo) uit de spelsterkte van beide ploegen en het voordeel voor de thuis spelende ploeg voortkomt:

doelsaldo = (spelsterkte van ploeg A) – (spelsterkte van ploeg B) + (thuisvooedeel voor ploeg A)

Zou de wedstrijd op een neutrale plaats gebeuren, zou het resultaat voor ploeg A beter zijn, te sterker ze is en slechter, de sterker ploeg B is. Spelt ploeg A op eigen plaats komt het thuisvoordeel ertoe, waar een thuisvoordeel van 1 betekent dat het doelsaldo om 1 doelpunt beter zijn zou. Spelt ploeg A op vremde plaats zou ze het met het thuisvoordeel van die plaats te doen hebben. Voor de bepaling van de formule was bovendien verondersteld dat zich de spelsterkten van de ploegen van een divisie op nul optellen.

Om het thuisvoordeel te berekenen welke een ploeg tijdens een seizoen in een divisie met N ploegen met thuis- en uitwedstrijd hadde, worden volgende stappen uitgevoerd:

  1. Eerst wordt de maat H bepald welke de som van de thuisvoordelen van alle ploegen van een divisie representeerd. Ze wordt berekend doordat de thuisdoelsaldi van alle ploegen opgeteld en door (N-1) gedeeld worden.
  2. Het thuisvoordeel van een ploeg krijgt men doordat van hun thuisdoelsaldo het uitdoelsaldo alsmede H afgetrokken en het resultaat door (N-2) gedeeld wordt.

Voorbeeld: Tijdens het Bundesligaseizoen 2006/07 telden zich de thuissaldi van alle ploegen op +59 op. Omdat 18 ploeg deelnamen ontstond voor H een waarde van

59/(18-1) = 59/17 = 3,471

Kampioen VfB Stuttgart hadde thuis een doelsaldo van +17 en buiten een doelsaldo van +7. Daaruit ontstond een thuisvoordeel van

(17-7-H)/(18-2) = (17-7-3,471)/16 = 0,408

Bij een thuiswedstrijd bereikte de VfB Stuttgart dus gemiddeld een om 0,408 doelpunten betere resultaat dan buiten. Het grootste thuisvoordeel van die seizoen heeft echter de gedegradeerde club Borussia Mönchengladbach bezeten:

Thuisvoordeel Bundesligaseizoen 2006/07
Positie Club Thuisvoordeel Klassement
1. Borussia Mönchengladbach 0,971 18.
2. FC Schalke 04 0,846 2.
3. FC Bayern München 0,721 4.
4. Hertha BSC 0,596 10.
5. Arminia Bielefeld 0,533 12.
6. VfB Stuttgart 0,408 1.
7. Energie Cottbus 0,346 13.
1. FC Nürnberg 0,346 6.
9. VfL Wolfsburg 0,283 15.
10. Hannover 96 0,221 11.
FSV Mainz 05 0,221 16.
12. Alemannia Aachen 0,158 17.
Borussia Dortmund 0,221 9.
14. Bayer Leverkusen 0,096 5.
15. Hamburger SV - 0,217 7.
16. Werder Bremen - 0,592 3.
Eintracht Frankfurt - 0,592 14.
18. VfL Bochum - 1,029 8.

Uit de tabel blijkt dat in het seizoen 2006/07 vier Bundesligaploegen een negatieve thuisvoordeel bezeten hebben, d.w.z. op hun eigen plaats zijn ze slechter dan buiten gewezen. In het bijzonder onderscheidde zich de VfL Bochum, die bij wedstrijden in zijn stadion ertoe neigte een om ca 1 doelpunt slechtere resultaat te behalen. De volgorde in de tabel kan ook via het verschil tussen thuis- en buitendoelsaldo bepald worden.

Hoewel de tabel de balans van een gehele seizoen weergeeft, verklaren de waarden minder over het eigenlijke thuisvoordeel van een ploeg. Zoals man aan het voorbeeld van de VfB Stuttgart zien kan, fluctueren de waarden over de jaren duidelijk:

Thuisvoordeel voor de VfB Stuttgart
Seizoen Thuisvoordeel
1997/98 0,996
1998/99 1,070
1999/00 - 1,162
2000/01 1,125
2001/02 0,195
2002/03 0,621
2003/04 - 0,474
2004/05 1,007
2005/06 - 0,452
2006/07 0,408

Het thuisvoordeel van de VfB fluctueerde in die 10 jaren dus tussen -1,162 und +1,125. Gemiddeld leverde dit een thuisvoordeel van 0,333 op.

Op dezelfde manier als bij de VfB Stuttgart kan men nu ook voor andere ploegen van de 1. en 2. Bundesliga het thuisvoordeel van die 10 jaren berekenen. Voor de betere vergelijkbaarheid worden alleen seizoenen op nationale niveau in rekening genomen (naders ertoe beneden). Door de fluctuaties zou men eerst na minstens 5 jaren (waarschijnlijk zelfs meer) van een typische thuisvoordeel voor een ploeg spreken:

Thuisvoordeel voor de voetbalploegen
van de 1. en 2. Bundesliga
Seizoenen 1997/98 tot 2006/07
Positie Club Seizoenen Thuisvoordeel
1. VfB Leipzig 1 1,652
2. 1. FC Schweinfurt 1 1,390
3. SSV Reutlingen 3 0,934
4. Alemannia Aachen 8 0,878
5. VfL Osnabrück 2 0,873
6. VfL Wolfsburg 10 0,833
7. SpVgg Unterhaching 9 0,830
8. Dynamo Dresden 2 0,820
9. Borussia Mönchengladbach 10 0,808
10. SV Meppen 1 0,779
11. Hertha BSC 10 0,777
12. Eintracht Braunschweig 3 0,757
13. FC Gütersloh 2 0,750
14. Energie Cottbus 10 0,698
15. 1. FC Köln 10 0,656
16. Chemnitzer FC 2 0,634
17. 1. FC Saarbrücken 4 0,628
18. SC Freiburg 10 0,619
19. Erzgebirge Aue 4 0,608
20. 1. FC Kaiserslautern 10 0,608
21. Rot-Weiß Erfurt 1 0,577
22. Waldhof Mannheim 4 0,569
23. Arminia Bielefeld 10 0,546
24. SC Paderborn 2 0,546
25. Hamburger SV 10 0,527
26. Hansa Rostock 10 0,510
27. VfB Lübeck 2 0,504
28. SSV Ulm 1846 3 0,493
29. FSV Mainz 05 10 0,469
30. SG Wattenscheid 09 2 0,469
31. FSV Zwickau 1 0,467
32. FC Bayern München 10 0,452
33. Eintracht Frankfurt 10 0,444
34. 1. FC Nürnberg 10 0,429
35. Karlsruher SC 9 0,424
36. FC St. Pauli 6 0,399
37. FC Schalke 04 10 0,383
38. MSV Duisburg 10 0,375
39. Union Berlin 3 0,362
40. SpVgg Greuther Fürth 10 0,352
41. TuS Koblenz 1 0,342
42. Eintracht Trier 3 0,341
43. Bayer 04 Leverkusen 10 0,333
VfB Stuttgart 10 0,333
45. Rot-Weiß Oberhausen 7 0,325
46. Borussia Dortmund 10 0,321
47. Sportfreunde Siegen 1 0,313
48. VfL Bochum 10 0,306
49. Rot-Weiß Ahlen 6 0,305
50. Rot-Weiß Essen 2 0,303
51. Hannover 96 9 0,242
52. 1860 München 10 0,242
53. FC Augsburg 1 0,217
54. Fortuna Köln 3 0,200
55. Kickers Offenbach 3 0,189
56. Stuttgarter Kickers 4 0,161
57. Werder Bremen 10 0,127
58. Fortuna Düsseldorf 2 0,125
59. TeBe Berlin 2 0,097
60. Wacker Burghausen 5 0,060
61. KFC Uerdingen 05 2 - 0,031
62. Jahn Regensburg 1 - 0,110
63. FC Carl Zeiss Jena 2 - 0,158
64. SV Babelsberg 1 - 0,673

(cursief: ploegen met minder dan 5 seizoenen)

(bron: Soccerway)

Uit de tabel blijkt dat enige clubs zoals Aachen, Wolfsburg of Unterhaching gemiddeld thuis aanzienlijk sterker dan buiten gewezen zijn, terwijl het thuisvoordeel bij Bremen, Hannover of 1860 München niet zo uitgesproken was. Het grootste thuisvoordeel tijdens een seizoen boekte Borussia Mönchengladbach tijdens het seizoen 2002/03 met een waarde van 2,121. Het minste thuisvoordeel tijdens een seizoen heeft de VfB Stuttgart tijdens de seizoen 1999/00 met een waarde van -1,162 bezeten.

Om het thuisvoordeel verder aan het licht te brengen kan men verdergaande berekeningen maken. De vraag is steeds of er factoren zijn welke een invloed op het thuisvoordeel hebben. Clarke en Norman hebben onderzoekt of er een samenhang tussen de afstand tussen twee spelplekken en de resultaten van de wedstrijden tussen de overeenkomstige ploegen zijn. Daarbei kwam voort dat het thuisvoordeel met de afstand groeit. Daarmee laten zich de hoge thuisvoordelen voor enige “afgelegene” ploegen verklaren als ook de lage waarden voor clubs in agglomeraties.

Van Walter A. Shewhart, de vader van de statistische kwaliteitscontrole en inspiratiebron voor W. Edwards Deming, kwam een uitspraak volgens die een samenvatting van de data hun gebruiker niet tot een actie leiden zou die hij niet doen zou als de data in een tijdreeks afgebeeld zijn. In deze zin is het zinvol als men niet alleen de gemiddelde waarden bekijkt maar voor de clubs ook de ontwikkeling over de tijd bekijkt, bijv. met een control chart. Op die manier kan men nazien of trends, veranderingen in het niveau of seizoenen met ongewone waarden vast te stellen zijn (de rol van de tijdelijke ontwikkeling en andere valstrikken bij de analyse van data worden in een lezenswaardige artikel beschreven).

Ten slotte moet nog eens duidelijk worden dat elke positieve thuisvoordeel zowel als thuissterkte als ook als buitenzwakte verklard worden kan, zoals ook een negatieve thuisvoordeel zowel als buitensterkte als ook als thuiszwakte verklard worden kan. Welke uitleg door de journaille gekozen wordt, is ervan afhankelijk wat met de bestaande mening van de lezers het beste overeenkomt.

In de toekomst zullen ook tabellen met de resultaten vanuit de actuële seizoenen komen. Bovendien wil ik graag weten wat bij andere competities voortkomt.