Het is een feit dat voetbal- en andere sportploegen op hun eigen plaats algemeen succesvoller zijn dan buiten. Dit leidt tot de vraag of er tussen de ploegen verschillen in het thuisvoordeel zijn en waardoor eventuële verschillen totstand komen. Door statistische analyse kan men in deze vraag verder komen.
Stephen R. Clarke und John M. Norman hebben in een artikel voor het Britse tijdschrift “The Statistician” van de Royal Statistical Society een methode voor de bepaling van het thuisvoordeel van een voetbalploeg vanuit de divisieresultaten geïntroduceerd en deze op de plogen van de 4 Engelse divisies van betaald voetbal toegepast. Voor de berekening worden slechts de eindstanden van een divisie met thuis- en uitklassementen benodigd. De formules worden uit de veronderstelling ontwikkeld dat het resultaat van een wedstrijd (in dit geval het doelsaldo) uit de spelsterkte van beide ploegen en het voordeel voor de thuis spelende ploeg voortkomt:
doelsaldo = (spelsterkte van ploeg A) – (spelsterkte van ploeg B) + (thuisvooedeel voor ploeg A)
Zou de wedstrijd op een neutrale plaats gebeuren, zou het resultaat voor ploeg A beter zijn, te sterker ze is en slechter, de sterker ploeg B is. Spelt ploeg A op eigen plaats komt het thuisvoordeel ertoe, waar een thuisvoordeel van 1 betekent dat het doelsaldo om 1 doelpunt beter zijn zou. Spelt ploeg A op vremde plaats zou ze het met het thuisvoordeel van die plaats te doen hebben. Voor de bepaling van de formule was bovendien verondersteld dat zich de spelsterkten van de ploegen van een divisie op nul optellen.
Om het thuisvoordeel te berekenen welke een ploeg tijdens een seizoen in een divisie met N ploegen met thuis- en uitwedstrijd hadde, worden volgende stappen uitgevoerd:
- Eerst wordt de maat H bepald welke de som van de thuisvoordelen van alle ploegen van een divisie representeerd. Ze wordt berekend doordat de thuisdoelsaldi van alle ploegen opgeteld en door (N-1) gedeeld worden.
- Het thuisvoordeel van een ploeg krijgt men doordat van hun thuisdoelsaldo het uitdoelsaldo alsmede H afgetrokken en het resultaat door (N-2) gedeeld wordt.
Voorbeeld: Tijdens het Bundesligaseizoen 2006/07 telden zich de thuissaldi van alle ploegen op +59 op. Omdat 18 ploeg deelnamen ontstond voor H een waarde van
59/(18-1) = 59/17 = 3,471
Kampioen VfB Stuttgart hadde thuis een doelsaldo van +17 en buiten een doelsaldo van +7. Daaruit ontstond een thuisvoordeel van
(17-7-H)/(18-2) = (17-7-3,471)/16 = 0,408
Bij een thuiswedstrijd bereikte de VfB Stuttgart dus gemiddeld een om 0,408 doelpunten betere resultaat dan buiten. Het grootste thuisvoordeel van die seizoen heeft echter de gedegradeerde club Borussia Mönchengladbach bezeten:
| Thuisvoordeel Bundesligaseizoen 2006/07 |
| Positie |
Club |
Thuisvoordeel |
Klassement
|
| 1. |
Borussia Mönchengladbach |
0,971 |
18. |
| 2. |
FC Schalke 04 |
0,846 |
2. |
| 3. |
FC Bayern München |
0,721 |
4. |
| 4. |
Hertha BSC |
0,596 |
10. |
| 5. |
Arminia Bielefeld |
0,533 |
12. |
| 6. |
VfB Stuttgart |
0,408 |
1. |
| 7. |
Energie Cottbus |
0,346 |
13. |
|
1. FC Nürnberg |
0,346 |
6. |
| 9. |
VfL Wolfsburg |
0,283 |
15. |
| 10. |
Hannover 96 |
0,221 |
11. |
|
FSV Mainz 05 |
0,221 |
16. |
| 12. |
Alemannia Aachen |
0,158 |
17. |
|
Borussia Dortmund |
0,221 |
9. |
| 14. |
Bayer Leverkusen |
0,096 |
5. |
| 15. |
Hamburger SV |
- 0,217 |
7. |
| 16. |
Werder Bremen |
- 0,592 |
3. |
|
Eintracht Frankfurt |
- 0,592 |
14. |
| 18. |
VfL Bochum |
- 1,029 |
8. |
Uit de tabel blijkt dat in het seizoen 2006/07 vier Bundesligaploegen een negatieve thuisvoordeel bezeten hebben, d.w.z. op hun eigen plaats zijn ze slechter dan buiten gewezen. In het bijzonder onderscheidde zich de VfL Bochum, die bij wedstrijden in zijn stadion ertoe neigte een om ca 1 doelpunt slechtere resultaat te behalen. De volgorde in de tabel kan ook via het verschil tussen thuis- en buitendoelsaldo bepald worden.
Hoewel de tabel de balans van een gehele seizoen weergeeft, verklaren de waarden minder over het eigenlijke thuisvoordeel van een ploeg. Zoals man aan het voorbeeld van de VfB Stuttgart zien kan, fluctueren de waarden over de jaren duidelijk:
| Thuisvoordeel voor de VfB Stuttgart |
| Seizoen |
Thuisvoordeel |
| 1997/98 |
0,996 |
| 1998/99 |
1,070 |
| 1999/00 |
- 1,162 |
| 2000/01 |
1,125 |
| 2001/02 |
0,195 |
| 2002/03 |
0,621 |
| 2003/04 |
- 0,474 |
| 2004/05 |
1,007 |
| 2005/06 |
- 0,452 |
| 2006/07 |
0,408 |
Het thuisvoordeel van de VfB fluctueerde in die 10 jaren dus tussen -1,162 und +1,125. Gemiddeld leverde dit een thuisvoordeel van 0,333 op.
Op dezelfde manier als bij de VfB Stuttgart kan men nu ook voor andere ploegen van de 1. en 2. Bundesliga het thuisvoordeel van die 10 jaren berekenen. Voor de betere vergelijkbaarheid worden alleen seizoenen op nationale niveau in rekening genomen (naders ertoe beneden). Door de fluctuaties zou men eerst na minstens 5 jaren (waarschijnlijk zelfs meer) van een typische thuisvoordeel voor een ploeg spreken:
Thuisvoordeel voor de voetbalploegen
van de 1. en 2. Bundesliga
Seizoenen 1997/98 tot 2006/07 |
| Positie |
Club |
Seizoenen |
Thuisvoordeel |
| 1. |
VfB Leipzig |
1 |
1,652 |
| 2. |
1. FC Schweinfurt |
1 |
1,390 |
| 3. |
SSV Reutlingen |
3 |
0,934 |
| 4. |
Alemannia Aachen |
8 |
0,878 |
| 5. |
VfL Osnabrück |
2 |
0,873 |
| 6. |
VfL Wolfsburg |
10 |
0,833 |
| 7. |
SpVgg Unterhaching |
9 |
0,830 |
| 8. |
Dynamo Dresden |
2 |
0,820 |
| 9. |
Borussia Mönchengladbach |
10 |
0,808 |
| 10. |
SV Meppen |
1 |
0,779 |
| 11. |
Hertha BSC |
10 |
0,777 |
| 12. |
Eintracht Braunschweig |
3 |
0,757 |
| 13. |
FC Gütersloh |
2 |
0,750 |
| 14. |
Energie Cottbus |
10 |
0,698 |
| 15. |
1. FC Köln |
10 |
0,656 |
| 16. |
Chemnitzer FC |
2 |
0,634 |
| 17. |
1. FC Saarbrücken |
4 |
0,628 |
| 18. |
SC Freiburg |
10 |
0,619 |
| 19. |
Erzgebirge Aue |
4 |
0,608 |
| 20. |
1. FC Kaiserslautern |
10 |
0,608 |
| 21. |
Rot-Weiß Erfurt |
1 |
0,577 |
| 22. |
Waldhof Mannheim |
4 |
0,569 |
| 23. |
Arminia Bielefeld |
10 |
0,546 |
| 24. |
SC Paderborn |
2 |
0,546 |
| 25. |
Hamburger SV |
10 |
0,527 |
| 26. |
Hansa Rostock |
10 |
0,510 |
| 27. |
VfB Lübeck |
2 |
0,504 |
| 28. |
SSV Ulm 1846 |
3 |
0,493 |
| 29. |
FSV Mainz 05 |
10 |
0,469 |
| 30. |
SG Wattenscheid 09 |
2 |
0,469 |
| 31. |
FSV Zwickau |
1 |
0,467 |
| 32. |
FC Bayern München |
10 |
0,452 |
| 33. |
Eintracht Frankfurt |
10 |
0,444 |
| 34. |
1. FC Nürnberg |
10 |
0,429 |
| 35. |
Karlsruher SC |
9 |
0,424 |
| 36. |
FC St. Pauli |
6 |
0,399 |
| 37. |
FC Schalke 04 |
10 |
0,383 |
| 38. |
MSV Duisburg |
10 |
0,375 |
| 39. |
Union Berlin |
3 |
0,362 |
| 40. |
SpVgg Greuther Fürth |
10 |
0,352 |
| 41. |
TuS Koblenz |
1 |
0,342 |
| 42. |
Eintracht Trier |
3 |
0,341 |
| 43. |
Bayer 04 Leverkusen |
10 |
0,333 |
|
VfB Stuttgart |
10 |
0,333 |
| 45. |
Rot-Weiß Oberhausen |
7 |
0,325 |
| 46. |
Borussia Dortmund |
10 |
0,321 |
| 47. |
Sportfreunde Siegen |
1 |
0,313 |
| 48. |
VfL Bochum |
10 |
0,306 |
| 49. |
Rot-Weiß Ahlen |
6 |
0,305 |
| 50. |
Rot-Weiß Essen |
2 |
0,303 |
| 51. |
Hannover 96 |
9 |
0,242 |
| 52. |
1860 München |
10 |
0,242 |
| 53. |
FC Augsburg |
1 |
0,217 |
| 54. |
Fortuna Köln |
3 |
0,200 |
| 55. |
Kickers Offenbach |
3 |
0,189 |
| 56. |
Stuttgarter Kickers |
4 |
0,161 |
| 57. |
Werder Bremen |
10 |
0,127 |
| 58. |
Fortuna Düsseldorf |
2 |
0,125 |
| 59. |
TeBe Berlin |
2 |
0,097 |
| 60. |
Wacker Burghausen |
5 |
0,060 |
| 61. |
KFC Uerdingen 05 |
2 |
- 0,031 |
| 62. |
Jahn Regensburg |
1 |
- 0,110 |
| 63. |
FC Carl Zeiss Jena |
2 |
- 0,158 |
| 64. |
SV Babelsberg |
1 |
- 0,673 |
(cursief: ploegen met minder dan 5 seizoenen)
(bron: Soccerway)
Uit de tabel blijkt dat enige clubs zoals Aachen, Wolfsburg of Unterhaching gemiddeld thuis aanzienlijk sterker dan buiten gewezen zijn, terwijl het thuisvoordeel bij Bremen, Hannover of 1860 München niet zo uitgesproken was. Het grootste thuisvoordeel tijdens een seizoen boekte Borussia Mönchengladbach tijdens het seizoen 2002/03 met een waarde van 2,121. Het minste thuisvoordeel tijdens een seizoen heeft de VfB Stuttgart tijdens de seizoen 1999/00 met een waarde van -1,162 bezeten.
Om het thuisvoordeel verder aan het licht te brengen kan men verdergaande berekeningen maken. De vraag is steeds of er factoren zijn welke een invloed op het thuisvoordeel hebben. Clarke en Norman hebben onderzoekt of er een samenhang tussen de afstand tussen twee spelplekken en de resultaten van de wedstrijden tussen de overeenkomstige ploegen zijn. Daarbei kwam voort dat het thuisvoordeel met de afstand groeit. Daarmee laten zich de hoge thuisvoordelen voor enige “afgelegene” ploegen verklaren als ook de lage waarden voor clubs in agglomeraties.
Van Walter A. Shewhart, de vader van de statistische kwaliteitscontrole en inspiratiebron voor W. Edwards Deming, kwam een uitspraak volgens die een samenvatting van de data hun gebruiker niet tot een actie leiden zou die hij niet doen zou als de data in een tijdreeks afgebeeld zijn. In deze zin is het zinvol als men niet alleen de gemiddelde waarden bekijkt maar voor de clubs ook de ontwikkeling over de tijd bekijkt, bijv. met een control chart. Op die manier kan men nazien of trends, veranderingen in het niveau of seizoenen met ongewone waarden vast te stellen zijn (de rol van de tijdelijke ontwikkeling en andere valstrikken bij de analyse van data worden in een lezenswaardige artikel beschreven).
Ten slotte moet nog eens duidelijk worden dat elke positieve thuisvoordeel zowel als thuissterkte als ook als buitenzwakte verklard worden kan, zoals ook een negatieve thuisvoordeel zowel als buitensterkte als ook als thuiszwakte verklard worden kan. Welke uitleg door de journaille gekozen wordt, is ervan afhankelijk wat met de bestaande mening van de lezers het beste overeenkomt.
In de toekomst zullen ook tabellen met de resultaten vanuit de actuële seizoenen komen. Bovendien wil ik graag weten wat bij andere competities voortkomt.