Overleven alleen de sterksten?

By zahlenpeter

“Nur die Harten kommen in den Garten.” – Duitse slogan.

Een belangrijk onderwerp onder de werkgevers is de stressbestendigheid van de werknemers. Volgens een enquête van de Institut der deutschen Wirtschaft Köln onder 763 bedrijven over de sleutelkwalificaties van sollicitanten voor stageplaatsen hebben in de commerciële sector 83 % van de ondervraagden aan het criterium “stressbestendigheid” een zeer een zeer belangrijke betekenis toegewezen. In de technische sector is dit voor 94 % een zeer belangrijke eigenschap gewezen. Ermee gaat een 100-procents nadruk op het belang van “beroepsinstelling” in beide sectoren voort alsmede op criteria als “wil voor prestatie” (100 resp. 99 % achten dit voor “zeer belangrijk”), “betrouwbarheid” (97 % resp. 98 %) of “concentratievermogen” (respectievelijk 97 %). Vervolgens is een van dereden, welke volgens een andere enquête tot een scheiding van een bachelor leiden kunnen, gebrekende stressbestendigheid.

Dat een stressbestendige mens in een gegeven situatie meer presteren kan is een plausibel argument. Vanwege deze reden wordt in de Klinsmann-dynastie naast andere ideeën en omwentelingen ook het principe gepratikeerd dat minder ruime regeneratie dan doelgericht training de fondamenten van betere stressbestendigheid en herstel waarborgt. Dr. Tim Meyer, teamarts van de Mannschaft, heeft in een editoraal geschreven dat de kernspreuk van de “geoptimeerde regeneratie” een mediaal getransporteerde allgemeenheid is, welke wetenschappelijk omstreden is. In een artikel in de nieuwskrant “Hamburger Abendblatt” maakte hij zijn standpunt duidelijk:

“Regeneratie kan niet erin bestaan dat men niets doet, men moet ook traineren.”

Te dien einde worden de sporters wetenschappelijk geanalyseerd en individueel getraineerd. De verhoogte fitness-level beschermt als een bijeffect ook tegen blessures.

Een populaire theorie luidt dat men stress niet beklagen zou omdat dit een vorm van mopperen is welke als nieuwe Duitse ondeugd uitgemaakt wordt. Eruit wordt de conclusie getrokken dat men niets aan de bestaande stress anderen maar ermee leven zou. Een parallel ertoe zou het ignoreren van pijn zijn. Maar dit is een tweesnijdend zwaard. Terwijl men op de ene kant daardoor een ontziende houding vermijden of de volledige beweeglijkheid na een blessure herstellen kan (prestatieverhoging), bestaat op de andere kant de gevaar dat een blessure of een ander probleem zich zo verergerd dat een latere gebeurende schade veruit ernstiger uitvalt en – indien dan al – moeilijker op te heffen is. Dus komt de paradox voort dat men, om met problemen omgaan te kunnen, deze überhaupt eerst herkennen moet.

Als men een samenhang tussen stressbestendigheid en prestatie tot stand brengen wil, dan moet men ermee rekening houden dat stress een vorm van energieverbruik is. Nu kan men bij het kopen van een auto op een geringe brandstofverbruik achten. Deze voordeel wordt opgeheven als men zo door de omgeving scheurt dat onnodig benzine verspilt wordt. Op het beroepsleven overdragen betekent dit dat naast de stressbestendigheid van de werknemer ook de stress zelf zijn prestatie bepaald, en de stress wordt door de werkgever bepaald (zoals – voor een gedeelte – de stressbestendigheid). Een voorbeeld voor deze inzicht vindt men aan een lopende band van Toyota waar de werkers de gehele dag ermee bezig zijn in per minuut delen te monteren, en dit zonder fouten.

Wordt bij Toyota belang aan de stressbestendigheid van de werkers gehecht? Ja zeker.

Zij de werkers bij Toyota stressbestendiger oft. hebben zij een betere instelling oft. prestatiegerichtheid oft. betrouwbarheid oft. concentratievermogen? Dat kan.

Wordt deze prestatie bereikt doordat men alleen op de stressbestendigheid van de werkers enz. let? Nee!

De oplossing van het raadsel ligt erin dat een werker bij Toyota niet de gehele dag als Charlie Chaplin in “Modern Times” dezelfde bewegingen maakt maar alle twee uren een andere werk verricht welke andere bewegingen vereist. Op deze manier worden niet alleen eenzijdige belastingen van lichaam een geest vermeden maar de werkers worden tegelijkertijd metverschillende werkbereiken vertrouwd gemaakt. Daardoor verkrijgen ze de motivatie en de gelegenheid over hun baan na te denken. Deze beleid wordt met “de geest snel, het lichaam soepel houden” zeer mooi omschreven. De betrekking van de werkomgeving bij het optimeren van het prestatievermogen is een verheugende tegenontwerp tot het graag gepropageerde slogan van de “cultuur van inspanning”.

Alleen de sterksten overleven? Deze spreuk is zover juist maar wordt verder fout.

Categorie: , , ,

Reageer